
Hilde Vautmans na State of the Union: “Europa moet sneller: minder regels, betaalbare energie en meer veiligheid”
16 september 2026Brussel – Europa moet niet wachten tot alle 27 lidstaten klaar zijn voor een Europees leger. Wie verder wil, moet nu vooruit. Dat is de boodschap van Europarlementsleden Hilde Vautmans (Renew Europe/Anders) en Reinier van Lanschot (Volt Europa/Greens/EFA) na hun debat “A European Army Now: How?” vandaag in Brussel. Voormalig premier Guy Verhofstadt, econoom Guntram B. Wolff (Bruegel en ULB) en kolonel Roger Housen kruisten er de degens over één vraag: hoe maken we van Europese defensie een echte militaire slagkracht?
“Onze bedreigingen zijn Europees, maar onze defensie is nog altijd nationaal georganiseerd,” zegt Hilde Vautmans. “Zevenentwintig lidstaten, zevenentwintig budgetten, zevenentwintig aankoopprocedures. We geven niet te weinig uit, maar te weinig samen.”
Coördinatie is geen leger
Opvallend, oud-premier Guy Verhofstadt waarschuwt voor een Europese defensie die niet meer is dan een optelsom van nationale legers. “Elke operatie van de NAVO was in feite een coalition of the willing,” zegt hij. “Als je een Europees leger bouwt door nationale legers te coördineren, krijg je precies hetzelfde. Dat creëert geen veiligheid.”
Hij maakt het concreet. “Stel dat de Russen Estland binnenvallen, onder het voorwendsel dat ze de Russischsprekende bevolking moeten beschermen. Hoeveel nationale legers zullen dan gemobiliseerd worden om de Esten te helpen? Drie, vier, vijf. De Polen misschien, de Litouwers en de Letten, misschien de Zweden. En intussen weten we wie er dan in Parijs president is. De Spanjaarden vinden het niet hun oorlog. De Italianen vinden het nooit hun oorlog. Pas als bij een aanval op één land automatisch het Europese leger wordt ingezet, zullen de kleine landen bereid zijn hun veto op te geven.”
Volgens hem betaalt Europa daar een hoge prijs voor. “We geven ongeveer 40 à 50 procent uit van wat de Amerikanen aan defensie besteden, maar we halen amper 10 procent van hun militaire capaciteit,” zegt Verhofstadt. “En aan de andere kant van de Atlantische Oceaan zit een gek die morgen misschien al zijn troepen terugtrekt.”
Zijn oplossing: niet wachten op de traagste. “Als de politieke wil bij sommige lidstaten ontbreekt, moeten de anderen samen vooruit. Wie verder wil gaan, moet dat ook kunnen doen.” Verhofstadt wil daarvoor teruggrijpen naar de Europese Defensiegemeenschap, het plan voor een Europees leger dat in 1954 sneuvelde in de Franse Assemblée nationale. “Ik ben geen militair. Ik was indertijd soldaat tweede klasse,” lacht hij. “Maar ik zou alle militairen en specialisten die we hebben inzetten om de blauwdruk van 1954 volledig te herschrijven voor vandaag. Maak er alleen geen intergouvernementeel ding van, want dan werkt het uiteindelijk niet.”
Waarom 27 keer dezelfde drone kopen?
Het geld dat Europa uitgeeft, vloeit bovendien grotendeels weg. Volgens het Franse instituut IRIS ging bijna 80 procent van de wapenaankopen van de lidstaten in de zestien maanden na de Russische inval in Oekraïne naar leveranciers buiten de EU. Het Europese leenprogramma SAFE is een eerste stap, maar voor Vautmans volstaat het niet. “Als verschillende lidstaten dezelfde drones, munitie, luchtverdediging of strategisch transport nodig hebben, waarom bestellen we die dan 27 keer apart?” zegt ze. “Samen aankopen geeft schaal, versterkt onze eigen industrie en levert meer slagkracht op voor hetzelfde belastinggeld.”
Aan tafel of op het menu
Kolonel Roger Housen herinnert eraan dat diplomatie zonder militaire macht weinig gewicht heeft. “De mogelijkheid om een tegenstander daadwerkelijk te raken, bepaalt mee je positie aan de onderhandelingstafel. Wie geen geloofwaardige militaire capaciteit heeft, beperkt ook zijn politieke onderhandelingspositie,” zegt Housen. Hilde Vautmans wil dat Europa de capaciteiten opbouwt waarvoor het vandaag op Washington rekent. “Satellieten, inlichtingen, luchtverdediging, strategisch transport en bijtanken in de lucht zijn geen details. Het zijn de schakels die onze verdediging bij elkaar houden,” zegt ze. “Blijven de Amerikanen geëngageerd, dan bouwen we een sterkere Europese pijler binnen de NAVO. Trekt Washington zich terug, dan moeten we klaarstaan. Onze veiligheid mag niet afhangen van de politieke wind aan de andere kant van de Atlantische Oceaan.”
“Als we onze veiligheid niet zelf in handen nemen, zitten we niet aan tafel, maar staan we op het menu,” zegt Van Lanschot.
De burger is al mee
Het draagvlak is er. “Maar liefst 81 procent van de Europeanen steunt een gemeenschappelijk beleid voor veiligheid en defensie, het hoogste cijfer in twintig jaar,” zegt Vautmans. “De burger is al mee. Nu moet de politiek volgen.” Guntram Wolff wees erop dat extra defensie-uitgaven pas renderen als Europa zijn investeringen coördineert en zijn industrie opschaalt. “Een Europees leger werd jarenlang weggezet als een federalistische droom of een politiek taboe,” zeggen Vautmans en Van Lanschot. “Vandaag is de vraag niet langer óf Europa zijn eigen veiligheid in handen moet nemen, maar hoe. De tijd van alleen praten is voorbij.”
Die ambitie krijgt ook steeds breder politiek draagvlak. Vautmans en Van Lanschot maken deel uit van een partijoverschrijdend netwerk van zo’n 50 Europarlementsleden uit een 15-tal EU-lidstaten dat pleit voor een echte Europese Defensie-Unie. De komende maanden zullen ze die boodschap ook binnen het Europees Parlement verder blijven uitdragen.



