
Europees Parlement keurt strengere controle op passagiersrechten goed: terugbetaling binnen zeven dagen en één Europees klachtenformulier
20 oktober 2026
Europees Parlement wil eigen grondstoffencentrum, Vautmans ziet EnergyVille in Genk als troef
20 oktober 2026Straatsburg – Het Europees Parlement heeft vandaag een verslag goedgekeurd over snelle treinen in Europa, met 558 stemmen voor. Zo’n verslag is geen wet. Het is de lijst met eisen die het Parlement stelt aan de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie. De Commissie kwam in november 2025 met een plan om tegen 2040 alle grote Europese steden met snelle treinen te verbinden. Het Parlement zegt nu wat er in dat plan beter moet.
Het Parlement vraagt drie dingen. Ten eerste één ticket voor heel Europa. Wie vandaag van Antwerpen naar Milaan wil sporen, moet bij verschillende spoorbedrijven aparte tickets kopen. Mist hij door een vertraging zijn aansluiting, dan is het volgende ticket waardeloos. Het Parlement wil dat je één ticket koopt, op één plaats, en dat dat ticket geldig blijft tot op je bestemming, ook als een trein te laat is. Ten tweede snelle lijnen waarop treinen minstens 250 kilometer per uur rijden, zodat de trein voor reizen van een paar uur een echt alternatief wordt voor het vliegtuig. Ten derde moet elke grote stad op dat net komen. Steden met een eigen snelle lijn rechtstreeks, de andere via een goede aansluiting.
“Een vlucht naar Rome boek je in drie minuten, met één ticket. De trein naar Rome is een puzzel van aparte tickets, en als de eerste trein te laat is, ben je de rest kwijt. Dat is in 2026 niet meer uit te leggen”, zegt Hilde Vautmans (Renew Europe, Anders).
Dezelfde regels in elk land
Daarnaast vraagt het Parlement dat de Commissie een harde doelstelling vastlegt: hoeveel reizigers tegen 2040 van het vliegtuig en de auto naar de trein moeten overstappen. De verschillende nationale regels moeten verdwijnen. Vandaag heeft elk land zijn eigen voorschriften voor seinen, stroom en treinen, waardoor een trein aan de grens vaak van locomotief of van machinist moet wisselen. Het Europees Spoorwegbureau, dat over die regels waakt, moet meer macht krijgen om ze gelijk te trekken. En de tickets moeten betaalbaar blijven, met kortingen en abonnementen.
Wie betaalt?
Dat alles kost geld. De Commissie schat dat het net tegen 2040 345 miljard euro kost. Het Parlement wijst drie potten aan: het Europese fonds voor grote wegen, spoorlijnen en havens (de Connecting Europe Facility), het geld dat bedrijven betalen voor hun uitstoot van CO2 (de Europese emissiehandel) en nieuwe leningen die Europa speciaal voor het spoor zou aangaan (groene spoorobligaties). Lijnen die een grens oversteken, moeten voorrang krijgen.
“Het is geen wet, maar het legt de lat. De Commissie weet nu wat het Parlement verwacht: één ticket, 250 kilometer per uur en geen enkele regio die achterblijft.”
Wat nu?
De Commissie legt tegen 2027 vast welke lijnen eerst worden aangelegd en wanneer ze klaar moeten zijn. Dit jaar nog wil ze met de lidstaten afspreken wie wat betaalt. Het verslag van vandaag zegt wat het Parlement daarin wil zien.



